1.74 Een bekende van de politie

Nee, ik moet alleen gaan. Romy wil al niet dat ik kom, laat staan dat ik straks met een groep doorgesnoven en bezopen vrienden aan kom zetten. Nee, ik moet dit alleen doen. Ik tover ergens mijn jas vandaan en storm de trap af richting de voordeur.

Een andere vriend komt net binnen en vraagt zich waar ik ineens in alle haast heen ga.

“Ik leg het straks uit.”, antwoord ik en storm dan de voordeur uit. Ik heb mazzel dat die vriend van me dichtbij de stad woont en dus ben ik vrijwel in twee minuten in het centrum.

Eenmaal aangekomen in de stad zie ik overal politie staan en groepjes mensen. Ik zie een bekende en vraag hem waar Romy is.

“Geen idee.”

Hij ziet dat ik gestrest ben en vraagt wat er is. Maar voor dat hij zijn zin afgemaakt heeft ben ik al weg. Op zoek naar Romy. Ik sta naast de club waar ze waren. Geen Romy. Nergens. Wel politie. Ik heb het niet zo op politie, ik ben te vaak geconfronteerd met de politie en ben geen onbekende van ze. Ik was niet zo’n lieverdje, ik ben misschien nu iets rustiger maar een aantal jaar geleden was ik met enige regelmaat op het politiebureau te vinden.

Ik spreek een agent aan die voor mij onbekend is.

“Ik zoek mijn vriendin. Een vriendin van haar is gedrogeerd. Waar zijn ze?”

“Kan ik je niets over vertellen.”, reageert hij stoïcijns.

Door zijn antwoord raak ik nog meer gestrest. Ik sta op het punt van flippen maar weet me rustig te houden. Uitvallen tegen een agent is niet zo’n slim idee. Ik pak mijn telefoon erbij, nog steeds geen reactie van Romy. Ik stuur nog maar een appje dat ik haar zoek en me zorgen maak. Wel krijg ik appjes en telefoontjes van vrienden die vragen of ze langs moeten komen. Lijkt me geen goed idee.

Ik spreek de agent weer aan en maak duidelijk dat mijn vriendin erbij is en dat ik me zorgen maak.

“Sorry, ik kan er niets over zeggen.”

Weer moet ik mijn rust bewaren maar lukt het me niet. Dus hoe dom ik ook ben, trek ik mijn bek luidkeels open tegenover de agent. Hij is niet onder de indruk.

Vanuit mijn ooghoeken zie ik een ambulance die pas maakt door de menigte. Ik vraag aan de agent waar die heen gaat, maar krijg geen antwoord. Wanneer ik richting de ambulance loop zie ik dat die richting een groep agenten rijdt. Daar moeten ze zijn.

Ik loop richting de agenten en zie erachter de ambulance stoppen. Ik probeer langs de agenten te lopen maar wordt tegengehouden door een oude bekende.

“Wegwezen Mike.”

Met deze agent heb ik vaak gesprekken gevoerd en ze waren nooit positief. Niet te geloven hoe het verleden tegen me werkt. Ik vraag me af of ik wel door zou mogen lopen als ik geen bekende van de politie zou zijn.

“Hans, mijn vriendin is daar.”

“We kunnen niet zomaar iedereen doorlaten.”

Godverdomme. Nog steeds heb ik geen reactie van Romy en maak ik me enorm zorgen. Driftig loop ik heen en weer langs de agenten.


“Hans, ik maak me zorgen. Alsjeblieft”

Hij kijkt me even aan en merkt op dat ik wanhopig ben.

“Oké, loop maar door.”

Vluchtig bedank ik hem en loop langs de agenten richting de agenten. Ik zie een meisje door de ambulance broeders in de ambulance ingeladen worden. Ik voel me enorm opgelucht als ik opmerk dat het niet Romy is. Het is een vriendin van Romy. Romy kan niet ver zijn.

Ik zie een andere vriendin van Romy staan, Merel.

“Hey Merel, wat is er gebeurd?”

“Ze lag ineens plat in de WC. Waarschijnlijk gedrogeerd. Ik ga met haar mee naar het ziekenhuis.”

“Oh, shit. Niet best. Waar is Romy?”

Ik moet weten of het goed met haar gaat.

“Die staat hier om de hoek met de agenten te praten.”

Snel loop ik richting de hoek en voel ik een vlaag van opluchting als ik Romy daar inderdaad met een twee agenten zie staan. Ik loop naar ze toe en dan merkt Romy op dat ik er ben.

“Mike, what the fuck doe jij hier?”

Mike.

 

Support Hoe vrouwen je ziek maken

Alle prijzen zijn inclusief verzendkosten

Wat vond je van deze post?

Geef in sterren aan wat je er van vond

Gemiddelde / 5. Aantal stemmen:

Leave a Reply