1.71 Ik ben te lief

Ik app Romy dat ik voor haar huis sta. In huis is het donker, dus ik neem aan dat óf iedereen weg is, of ze liggen te slapen. Romy reageert in ieder geval niet waardoor ik me zorgen maak.

Wat nou als ze al in slaap is gevallen en ik hier voor jan lul sta? Kan ik weer een taxi bellen, zou ik nog de kroeg in komen op dit tijdstip? Terwijl ik mezelf dit afvraag hoor ik ineens het slot van de zijdeur open gaan. De deur gaat open, daar staat Romy.

“Hey”, zegt ze op een zachte toon.

“Hoi lieverd”, in de hoop om wat op te fleuren.

Ze heeft een dode blik in haar ogen. Ze lijkt afwezig, verdwaald. Ik vind het aantrekkelijk, haar crazy eyes hebben plaatsgemaakt voor mysterieuze ogen zoals je ze alleen in het Oostblok tegen komt. Ik heb een zwak voor zulke ogen, ik heb een zwak voor dames uit het Oostblok. Maar Romy is niet een meid uit het Oostblok. Romy is gebroken. En haar ogen maken dat goed duidelijk.

Ze opent de deur verder als signaal dat ik binnen kan komen, dan frommelt ze een pakje sigaretten uit de zak van haar joggingsbroek en steekt een sigaret aan. Verder zegt ze niets en staart ze verdwaald naar buiten.

Het is even stil, waardoor ik niet echt weet wat ik me de situatie aan moet.

“Romy…”

“Sorry…”

“Ik…”

Voor dat ik mijn zin af kan maken omhelst ze me en barst ze in huilen uit. Ik omhels haar terug en wrijf over haar rug.

“Rustig maar”, fluister ik in haar oor.

Ik voel de natte tranen in mijn nek. Het geeft me een slecht gevoel. Zo heb ik Romy nog nooit gezien.

“Ik ben er voor je lieverd”, fluister ik opnieuw in haar oor.

Op dat moment pakt ze me extra hard beet en ik heb het idee dat ze niet meer los gaat laten. Als ze me nog harder knuffelt ben ik bang dat ik mijn rug breek, maar het boeit niet. Het draait nu om haar. Ik moet er voor haar zijn. Ik voel me enorm schuldig, maar haal er voldoening uit dat ze me wou zien en dat ze me nu zo extreem hard knuffelt. Weer die bevestiging, denk ik. Ook weet ik dat ik hier nooit meer over moet spreken. Ik wil Romy niet meer kwetsen, ik wil Romy gelukkig maken.

“We spreken er nooit meer over oké?”, fluister ik in de hoop dat ze me antwoordt. Het enige wat ik tot nu toe van haar heb gehoord is een begroeting.

“Oké”, mompelt ze huilend terwijl ze me nog even extra knuffelt.

Dan laat ze me los en kijken we beide naar beneden. Daar ligt haar half opgerookt sigaret die ze waarschijnlijk tijdens het knuffelen heeft laten vallen. Ze pakt hem op en gooit hem in de asbak.

We maken ons klaar om maar boven te gaan, om te gaan slapen. Eenmaal in bed doe ik mijn best om het seksonderwerp te vermijden. Ik denk dat seks wel het laatste is waar Romy momenteel behoefte aan heeft. Ze heeft meer behoefte aan een knuffel, iets waar ze normaal nooit behoefte aan heeft. Normaal als we in bed liggen dan ligt ze zo ver mogelijk bij me vandaan, ze houdt niet van samen in bed liggen. Ze krijgt er de kriebels van zegt ze altijd. Maximaal één minuut na de seks ligt ze nog op me of naast me. Maar daarna draait ze snel weer om naar haar kant. Eigenlijk passen we op dat vlak echt niet bij elkaar. Ik ben namelijk een echte knuffelaar, een liefde -gever en een liefde-ontvanger. Romy is dat absoluut niet, eigenlijk is Romy een echte tegenpool.

Maar nu niet. Ze knuffelt me, geeft me kusjes op m’n wang en wrijft met haar hand door mijn baard heen. Ik hou ervan als ze dat doet. Als ze met die scherpe nagels door mijn baard heen gaat en af en toe een stukje van mijn baard vastpakt. Ik voel me net een leeuw die geaaid wordt. Ondertussen streel ik zachtjes door haar haar. Het lijkt wel een film. Niet praten, alleen aanraken. Liefde uitdelen, affectie met elkaar.

“Ondanks dit alles ben je best wel lief Mike.”

“Ik zal ervoor zorgen dat ik altijd lief ben.”

“Niet te lief.”

“Hoezo?”

“Nu is het leuk dat je zo lief bent.”

“Normaal niet?”

“Niet altijd.”

“Dat zit in me Romy.”

“Onzin”, zegt ze stellig terwijl ze met haar vingers over mijn borstkas heen gaat.

“Ik ben niet lief?”

“Je bent een klootzak Mike, tegen bijna iedereen. Maar niet tegen mij, waarom niet?”

“Omdat ik jou niet wil kwetsen.”

“Dat is lief.”

“Ja precies.”

“Te lief. Soms moet je ook tegen mij een klootzak zijn Mike, dat heb ik nodig. Ik moet niet over je heen lopen. En met klootzak bedoel ik niet wat je me vorige keer flikte, maar gewoon soms niet zo meegaand.”

“Oké.”

“Nu doe je het weer.”

Ik lach even.

“Ga nou maar slapen gekkie.”

Maar ze ging niet slapen, we voeren de hele nacht gesprekken. Diepgaande gesprekken. Pas op het moment dat het licht weer door de gordijnen schijnt besluiten we nog een uurtje te slapen.

Mike.

Support #HVJZM

Voor alle product geldt gratis verzending.

Wat vond je van deze post?

Geef in sterren aan wat je er van vond

Gemiddelde / 5. Aantal stemmen:

Leave a Reply