1.43 Het volgende doemscenario

Het slapen bij Romy begint een vast ritueel te worden. Vooral nu we beide vakantie hebben zijn we niet bij elkaar weg te slaan. Ik vind het prima. Na een avondje stappen word ik weer wakker bij haar in bed.

“We kunnen vanavond wel even weg, dan blijf je hier gewoon eten.”

“Ik heb niet echt kleding bij me.”

“Gaan we straks eerst wel langs jouw huis, kun je even kleding halen.”

“Is goed.”

De lucht tussen ons is geklaard, eindelijk rust. En ze wil vanavond weer met me stappen. Ik ben dus blij, maar nog steeds op mijn hoede. Elke keer als het goed tussen ons lijkt te gaan is er iets wat ons naar beneden drukt. En meestal is dat Romy. Eigenlijk is dat altijd Romy. Altijd haalt ze wel een streek uit waardoor het toch niet lekker loopt. Dus temper ik mijn verwachtingen.

Toch hebben we het enorm gezellig vandaag. In de auto zijn Romy en ik het eindelijk een keer eens over een leuk nummer. We zitten te ouwehoeren met elkaar in de auto op weg naar mijn huis. We hebben het echt heel gezellig. Lang geleden dat we het zo gezellig hebben en dat ik weer echte kriebels in mijn buik voel.

Bij mij thuis moet ik bedenken wat voor outfit ik aan moet. In dit soort dingen ben ik net een wijf, ik ben heel kieskeurig in mijn kleding. Vooral als ik ‘s avonds nog ga stappen. Voor het eerst in tijden stoort Romy zich een keer aan mij in plaats van andersom.

“Dat eerste stond je wel leuk.”

“Dat zeg je alleen zodat ik opschiet.”

“Jezus Mike, je lijkt wel een wijf.”

Ik besluit haar te negeren en ga nog een keer de kast door op zoek naar kledingstukken die ik potentieel mee wil hebben naar Romy toe. Op het moment dat ik een T-shirt zie liggen die ik echt al heel lang niet meer gedragen heb, gaat de deurbel.

“Wie de fuck is dat?”, zegt Romy.

“Geen idee, m’n huisgenoot is naar familie toe en komt pas in het nieuwe jaar terug. En ik heb niemand uitgenodigd.”

De eerste paranoïde gedachten vliegen mijn hoofd al binnen, zouden mijn ouders langs mijn huis gereden zijn en Romy haar auto gezien hebben? Nee die kans is wel heel klein. Als ze de auto überhaupt al gezien hebben, linken ze hem echt niet aan mijn huis. Al staat die wel op de stoep voorhuis. Ach, misschien is het wel iemand die langskomt voor mijn huisgenoot.

“Zou je ook nog eens open gaan doen?”

“Ik heb geen idee wie het is.”

“Vast iemand van een goed doel of iets dergelijks.”

Daar had ik nog niet eens aan gedacht, waarschijnlijk is het gewoon vals alarm.

“Ik ga wel even kijken.”

Ik loop de trap af naar de deur, Romy loopt achter me aan. Ik open de deur en schrik me helemaal de tering.

“Hoi!”

“Waarom bellen jullie niet even als jullie langskomen?”

Romy staat verbouwereerd achter me.

“We kunnen toch wel even langskomen bij onze zoon.”

“Pap, mam. Umh, dit is Romy.”

Romy stapt op ze af en geeft ze een hand.

Het doemscenario is waar, daar was het volgende probleem alweer.

Mike.

Wat vond je er van?

Geef in sterren aan wat je er van vond

Gemiddelde / 5. Aantal stemmen:

Geef een reactie